Skip to article frontmatterSkip to article content
Site not loading correctly?

This may be due to an incorrect BASE_URL configuration. See the MyST Documentation for reference.

Elektronica

Updated: 12 May 2026

Om een robot te bouwen met de micro:bit werk je met elektronische schakelingen. Daarin lopen elektrische stromen door draden en componenten. In dit hoofdstuk leer je hoe stroom werkt en welke rol plus, min, weerstanden en transistoren spelen.

Stroom: van plus naar min

Elektrische stroom kun je vergelijken met water dat door een slang stroomt. De batterij of voeding zorgt ervoor dat stroom kan bewegen.

In een schakeling geldt:

Bijvoorbeeld:

een led gaat alleen branden als:

plus → led → min

correct is aangesloten.

Als ergens de kring onderbroken is, gebeurt er niets.

De micro:bit heeft ook plus- en min-aansluitingen. Die herken je als:

Weerstanden: bescherming en controle van stroom

Een weerstand zorgt ervoor dat er niet te veel stroom door een component loopt.

Zonder weerstand kan bijvoorbeeld:

Een weerstand werkt dus als een soort kraan in een waterleiding: hij beperkt de hoeveelheid stroom.

Daarom zie je vaak:

micro:bit → weerstand → led → GND

De weerstand beschermt hier de led.

Vuistregel in dit project:

gebruik altijd een weerstand bij een led.

Transistoren: schakelen met een klein signaal

Soms kan de micro:bit een onderdeel niet direct aansturen. Bijvoorbeeld:

Dat komt omdat deze onderdelen meer stroom nodig hebben dan de micro:bit veilig kan leveren.

Daarom gebruiken we een transistor.

Een transistor werkt als een elektronische schakelaar:

een klein signaal van de micro:bit
stuurt een grotere stroom aan uit een externe batterij.

Dus:

micro:bit → transistor → motor

De micro:bit bestuurt dan de transistor, en de transistor bestuurt de motor.

Zo bescherm je de micro:bit én kun je toch sterke onderdelen gebruiken.

De drie aansluitingen van een transistor

Een transistor heeft drie pootjes:

naamfunctie
Base (B)stuursignaal van de micro:bit
Collector (C)verbonden met motor
Emitter (E)verbonden met GND

De base bepaalt of de transistor aan of uit staat.

Hoe herken je de juiste kant van de transistor?

Bij de transistor die we in dit project gebruiken (bijvoorbeeld BC547):

Van links naar rechts zijn de pootjes:

Collector – Base – Emitter

Dus:

positieaansluiting
linksCollector
middenBase
rechtsEmitter

Let op: dit geldt alleen als de platte kant naar je toe wijst.

Hoe sluit je een transistor aan?

Sluit de transistor zo aan:

micro:bit pin → weerstand → Base Emitter → GND Collector → motor motor → batterij + batterij − → GND

De weerstand tussen pin en base beschermt de micro:bit.

Waarom zit er een weerstand bij de base?

De base mag niet rechtstreeks op de micro:bit worden aangesloten.

De weerstand:

Gebruik meestal een weerstand van ongeveer:

220Ω – 1kΩ

Wat gebeurt er als de transistor verkeerd om zit?

Dan gebeurt meestal:

De transistor gaat meestal niet direct kapot, maar de schakeling werkt niet zoals bedoeld.

Controleer daarom altijd:

  1. staat de platte kant in de juiste richting?

  2. zitten de pootjes goed aangesloten?

  3. zit er een weerstand tussen pin en base?

  4. is GND goed verbonden?

Samenvatting

In dit project gebruik je drie belangrijke ideeën: